Nieuws

EXPO: overzicht van 50 jaar Nederlandse media kunst

Vijfde editie STRP, 50 jaar elektronische kunst

woensdag 12 oktober 2011

Een naakte fietser doet over tien meter een half uur. De 'Zelfmoordmachine' roostert een mens als een biefstuk: raw, medium of well-done. Beesten van PVC-pijp struinen, door de wind voortgedreven, over het strand. Een miljoen Flickr -foto's lichten op en even verderop danst er computercode over de muur. Een elektrische wand ontlaadt zich boven je hoofd en knettert zo hard dat je er kippenvel van krijgt. En dan is er ook nog het allerkleinste zitmeubel van de wereld: onzichtbaar, een nano-stoel.




 

 

Hoogtepunten



Het jaarlijks terugkerende kunst-, muziek- en technologiefestival STRP viert zijn vijfde editie dit jaar. STRP is vernoemd naar het, vlakbij het centrum van Eindhoven gelegen, Philips-terrein: Strijp-S. Eindhoven met zijn Design Academie, Technische Universiteit, het Philips-concern en vele IT-bedrijven, is de uitgelezen stad om te zien wat er te beleven valt als kunst en technologie een verbond sluiten. Voor deze lustrum editie, worden  de hoogtepunten van technologische kunst uit de afgelopen vijftig jaar tentoongesteld. 



De locatie, het Klokgebouw, is geen witte doos waar je niets mag aanraken, maar een indrukwekkende industriële hal. Ooit was op dit terrein het Natlab van Philips gevestigd. Het NatLab was een natuurkundig laboratorium, waar de 'besten van de klas' in alle vrijheid onderzoek konden verrichten met een ruim budget. Naast akoestische experimenten werden er vele uitvindingen gedaan, zoals de radiobuis, kortegolfzender, de videolangspeelplaat en de compactdisc.
Dwalend door deze imposante fabriekshal stuit de bezoeker op zeer verschillende kunstwerken: sommige zijn meer dan 20 jaar oud, andere van recenter datum. Wat de kunstenaars bindt, is de lust tot experiment: uitproberen wat er met techniek mogelijk is - het plezier spat ervan af. 





 

 

 

Pioniers



Beroemd (ook wel het eerste 'multimedia-kunstwerk' genoemd) is de videopresentatie Poème Electronique. Voor de Wereldtentoonstelling in 1958 benaderde Philips architect Le Corbusier. De opdracht was om te laten zien wat technologische vooruitgang de mensheid oplevert. Dit werd een 'gesamtkunstwerk', een klankgedicht: waarin architectuur, geluid en beeld samen vloeien. Stel je een speciaal ontworpen ruimte voor, waar elektronische muziek van Varèse (super modern voor die tijd) uit 400 speakers klonk, gecombineerd met metersgrote dia-projecties. Dia's die zowel geboorte als dood, destructie als de wonderen van techniek toonden. De muziek leek volgens overlevering 'langs de wanden te druipen'.    


Varèse werkte voor deze compositie ruim een half jaar samen met ingenieurs van Philips' Natlab, waar ook kunstenaar Dick Raaijmakers van 1954 tot 1960 werkte. Onder het pseudoniem Kid Baltan, anagram voor 'Dik Natlab', hield hij zich ook bezig met elektronische muziek. Maar Raaijmakers laat zich niet in een categorie vangen. Hij experimenteerde naar hartelust met installaties, performances, ‘instructiestukken’ voor strijkensembles en ‘grafische methodes’ voor tractor en fiets.

In Raaijmakers'  'Methode fiets' zien we documentatie van een 're-enactment': een poedelnaakte fietser die over een afstand van tien meter, heel langzaam, van de fiets afstapt, een handeling die een half uur in beslag neemt. De fiets wordt door een trekmotor en -kabel voortgetrokken, terwijl de fietser in slowmotion uit het zadel veert, zijn been naar achter beweegt en zodoende tergend traag van de fiets af klimt. De toeschouwer hoort, door de stilte veroorzaakt door de concentratie van de blote performer, extra goed zijn hartslag en ademhaling. Je ziet zijn spieren trillen. De simpele handeling 'van de fiets afstappen' is adembenemend spannend.

Een van de andere pioniers die STRP presenteert is Gerrit van Bakel. Ook van Bakel experimenteerde met traagheid: hij bouwde machines die zich in de loop van miljoenen jaren slechts enkele centimeters voortbewegen. tergend langzaam.




 



 

Punk en maatschappijkritiek



De machinekunst uit de jaren '80 lag in het verlengde van de kraakbeweging en de punk, de 'do-it-yourself' cultuur. Vuurkunstenaar Erik Hobijn is daar een exponent van. Hij bouwde een enorme machine die hij Delusions of self-immolation  (waanbeelden van zelf-opoffering) noemde, een zelfmoordmachine. Ingesmeerd met brandwerende zalf, gaat de gebruiker op een draaibaar platform staan, tussen een vlammenwerper en een waterspuit. De vlam komt van achteren. De gebruiker wordt ongeveer een halve seconde blootgesteld aan de vlammenwerper en vervolgens automatisch naar de blusser gedraaid, die hem onmiddellijk blust. Het moment dat de gebruiker brandt is kort, ongeveer 0.4 tot 0.8 seconden, zodat de gebruiker niet werkelijk verbrandt. Hobijn en zijn werk zijn exemplarisch voor de manier waarop in de punk- en kraaktijd technologie met een post-apocalyptische esthetiek werd ingezet.
Er school een zekere maatschappijkritiek in zonder belerend te zijn.

Rebels, energiek. Dat gold ook voor Jodi.org: Joan Heemskerk en Dirk Paesmans, internet- en game-pioniers. Ze maakten in de 90-er jaren kunst die speelt met het besturingsysteem van de computer en de angst van de gebruiker voor computervirussen. JODI gebruikt computer-iconografie zoals een schilder verf: je klikt en foutmeldingen, pop-up vensters en pijltjes rollen over het scherm. Dat levert een verwarrend grafisch schouwspel op. Destijds raakten er vele mensen van overstuur die (onterecht) dachten dat deze 'vreemde vorm van kunst' hun computer had 'stuk gemaakt'.



Technologische kunst krijgt meerwaarde als je het beziet vanuit tijd en context. De interactieve installatie The Legible City van Jeffey Shaw, werd in 1989 voor het eerst gepresenteerd. Je zit op een fiets, die vaststaat, en  trapt je een weg langs grote gekleurde letters, die woorden, straten en zinnen vormen: een stad. Het letterlandschap is gebaseerd op de plattegrond van New York. Je fietst door flarden verhalen, samengebalde stedelijke geschiedenissen, geprojecteerd op de muur voor je. 

Op een heel andere manier word je de adem benomen door de installatie Spatial Sounds van  Marnix de Nijs en Edwin van der Heide. Het werk heeft een woeste schoonheid. Deze gewelddadige installatie stamt uit het jaar tweeduizend, ruim tien jaar na het meer ingetogen werk van Shaw. Het publiek wordt opgeschrikt door een speaker, die met brute kracht in het rond draait als een dolgedraaide wasmachine. Als iemand in de buurt komt, stuurt de box zware pulserende geluiden uit.. 




 

 

 

 

Van net.kunst naar Augmented Reality



 

De huidige generatie technische kunstenaars is vanzelfsprekend ook vertegenwoordigd. Er is een verschuiving waarneembaar van machine- en installatiekunst (via net.kunst) naar robotica, mobiele telefonie, augmented reality, 'intelligente' mode, nano- en game-technologie. 
Augmented Reality werd populair door de smartphone. Via een scherm (of bril) wordt een extra laag over de werkelijkheid heen gelegd. Kunstenaar Sander Veenhof maakte -in eerste instantie ongevraagd- voor het MOMA (Museum of Modern Art) in New York een telefoonapplicatie waarmee je werk dat niet tot de collectie behoort toch in het museum kon bekijken: het zijn drie dimensionale virtuele objecten. Voor STRP toont hij iets nieuws. Een echt levend konijn, genaamd Tibb, zit in een hok waar een webcam opgericht staat. Dit hok heeft blue-screen wanden (vergelijkbaar met televisiestudio's waar het journaal wordt opgenomen). De bezoeker kan het levende konijn meenemen en via het scherm van de mobiele telefoon of i-pad, kan het (virtuele) konijn in real time thuis op de keukentafel lopen. The First World: Tibb AR -Rabbitt is weer een anagram, zoals we ook zagen bij Kid Baltan, omgekeerde van 'Dik Natlab'.

Sommige AR- kunstenaars noemen zich 'cyberactivisten' die de officiële (kunst)ruimte 'kraken'. Je kunt immers op basis van GPS-coördinaten overal virtuele objecten achterlaten of dat nu een beeldhouwwerk in het Paleis op de Dam is of bloemen op een graf.
   

Een andere nieuwe generatie kunstenaar/ontwerper, Daan Roosegaarde, werd bekend met speelse interactieve installaties, zoals Dune. Door geluid te maken (te hoesten, te zingen, te schreeuwen) terwijl de bezoeker door een lange gang van kunststof stengels loopt, lichten de uiteinden van de sprieten op. Ze reageren op klanken en brengen een golfbeweging van licht te weeg; net of je doorhelmgras loopt, dwars door een duinlandschap dat met je beweging meewandelt.
Afgelopen jaren hield Roosegaarde zich ook met mode bezig. Op de expositie staat een vrouw in een jurk die Roosegaarde ontwikkelde in samen met twee modeontwerpers. Als je het model in haar hightech kledingsstuk nadert, wordt langzamerhand de folie die haar lichaam bedekt doorzichtig: Intimacy 2.0.




 

 

 

Volwassen kunstvorm


 


De expositie laat in vogelvlucht zien wat er in Nederland zoal gemaakt wordt. De techniek heeft de afgelopen vijftig jaar een vlucht genomen maar dat wat de kunstenaars bezighoudt, verschilt niet veel. Sommigen gebruiken technologie om de maatschappij van kritiek te voorzien, anderen spelen met de mogelijkheden. Bij elkaar opgeteld, levert dit een tocht op vol associaties: een intrigerend overzicht van vijftig jaar kunst en technologie. Door zoveel werk bij elkaar te brengen, zie je paralellen en krijgen de installaties door hun historische samenhang betekenis. 
STRP  maakt duidelijk dat de combinatie van technologie en kunst inmiddels het stadium van volwassenheid nadert: er is een canon van eerbiedwaardige experimentele kunstenaars. Waar vroeger technologie mondjesmaat voorhanden was, is er nu een arsenaal aan mogelijkheden en een internationale gemeenschap die door netwerktechnologie hechter is dan ooit. 



Ine Poppe, 2011

 

Artikelen
About
 

STRP linkt kunst, leven en technologie voor een breed maar vooral nieuwsgierig publiek. Meemaken en meedoen staan daarbij voorop.


Search entire website
 
Contact
 
Stichting STRP
Postbus 272 – 5600 AG Eindhoven (NL)
Tel: +31 40 236 7228 – info@strp.nl