Niet teveel stressen: dan wordt het een soort traplift!

© Lenny de Peffer

Niet teveel stressen: dan wordt het een soort traplift!

DE NEUROTRANSMITTER 3000 VAN DANIËL KIJKT WAT JE ONGEVEER KUNT HEBBEN, EN GAAT VERVOLGENS NÉT EEN STAPJE VERDER.

Een thermometer verdwijnt onder zijn oksel, draadjes plakken op zijn arm en een klemmetje gaat op zijn oorlel. Niets ontsnapt aan de sensoren van de Neurotransmitter. Als je relaxed bent gaat-ie een tandje harder, als je bijna moet overgeven gunt de machine je een momentje rust. “Hij is nog wel zo vriendelijk om te remmen als ik het niet meer trek, maar hij stopt pas ná het moment dat ik misselijk ben geworden.”

Als ik “Neurotransmitter 3000” zeg, waar denk je dan aan? Is het groter of kleiner dan een magnetron, lijkt het op een elektrische helm of is het een deeltjesversneller? Is het een draaiende stoel op een propeller? Nu begin je in de buurt te komen. Van alle curieuze objecten op STRP Biënnale 2017 is deze stalen contraptie toch wel een van de meest in het oog springende.

Ik mag het eigenlijk geen kermisattractie noemen, maar dat doe ik lekker toch: Daniël de Bruin bouwde zijn eigen Booster (oester oester oester) als afstudeerproject aan de HKU. Supertof natuurlijk, maar de machine heeft een twist om rekening mee te houden: hij kent jou beter dan jij hem kent.

“Ik wilde één worden met een machine. Ik ben in principe niet de baas over de machine, de uitkomst is een samenwerking tussen ons. De machine en ik reageren op elkaar, we kunnen elkaar gebruiken. Het wordt bijna een dans. Maar het is wel een bitch hoor.”

Is dat een aanslag op je fysiek? Ja, dat is het. “Ik ben er zaterdag vijf keer in geweest. Ik heb me de hele zondag kut gevoeld, wankel en zeeziek. Ik zou niet kunnen functioneren als ik dit iedere dag deed, maar na een maandje merk ik toch wel dat ik weer zin begin te krijgen in een paar rondjes.”

Daniël zoekt graag de grenzen van het haalbare. Het komt voor dat hij zich bijna een vol uur laat rondslingeren door de Neurotransmitter 3000. “Maar dronken heb ik er nog niet in gezeten. Sorry, dat is wel saai voor je verhaal hè?”

Nog niet zo lang geleden liet hij zijn vriendin in de machine. “Ze was enorm nerveus, hele hoge hartslag. Het apparaat bleef eerst heel lang stil staan, hij wachtte tot ze ontspande en begon toen pas langzaam te wiegen. Dat vond ik een heel mooi moment, ik kon dat wel aan de Neuro overlaten.”

“Wil jij het proberen?”

Achter de stoel klinkt een luid schuiven en klikken. Een ijzeren stang wordt in mijn buik geduwd en met een band vastgemaakt. Met mijn zeventig kilo ben ik maar nét zwaar genoeg om te kunnen balanceren met het contragewicht. Mijn ritje in ‘de Neuro’ is nadrukkelijk op eigen risico. Het ding is niet goedgekeurd om bezoekers in te laten. “Ik ben geen gecertificeerd lasser, dan wordt het al snel lastig.”

Terwijl ik steeds snellere rondjes in de Neurotransmitter maak, vraag ik me af op welk punt je een attractie eerder een martelwerktuig mag noemen. Het heeft in ieder geval wat te maken met de akelige combinatie van een thrillseeker die kunstenaar wordt. “Ok, je moet echt proberen te ontspannen,” roept Daniël me vanaf de grond toe.

– Thijs van den Houdt

Dit artikel is geschreven tijdens de masterclass STRP Makes Sense, een samenwerking met Creators.